Duizendguldenkruid 51
3824 NM Amersfoort
06 - 16 946 704
www.speeldaghb.nl

Gedrag dat we zien als eerste reactie en oplossing bij een lastige situatie (die veel spanning oproept) en zich herhaalt tot een patroon, waarvan echter uiteindelijk meer nadelen dan voordelen te zien zijn.

Valse hoop:

  • Ik leer niets maar het zal later wel beter worden op school.
  • Als ik mijn best doe, zullen ze vanzelf wel merken dat ik veel meer kan.
  • Ik moet niet laten merken dat ik al kan lezen (schrijven, ingewikkelde tekeningen maken) want 
anders hebben ze door dat ik niet normaal ben.
  • Ik moet hier niet laten merken hoe slim ik ben, anders gaan ze te veel van mij verwachten.
  • Ik moet fouten maken, omdat ze anders op me gaan letten en een hekel aan me krijgen.
  • In de volgende klas wordt het wel beter.
  • Op de volgende school zal het wel beter gaan.
  • Als ik verberg wat ik al kan en weet, dan zullen ze niet door hebben dat ik hoogbegaafd ben.
  • Ik moet precies doen wat de juffrouw (leerkracht) zegt, want dan zullen ze mij wèl aardig vinden.

Ontkenning van behoeften:

  • Het kan me niet schelen wat ze (medeleerlingen) van me vinden.
  • Ik vind het niet erg als ze (leerkrachten en ander ouders) kinderachtig tegen me doen.
  • Als ik net zo doe als de andere kinderen, zullen ze me wel aardig gaan vinden
  • Ik doe thuis gewoon, en op school wat iedereen doet.
  • Het is niet erg dat ik niets leer op school; thuis en via internet kom ik alles te weten.
  • De andere kinderen en de juffrouw hebben niet door dat ik me verveel.
  • Ik doe op school gewoon vrolijk mee, zodat ze niet door hebben dat ik alles al weet en kan.
  • Er is niemand die mijn vriend/vriendin wil zijn, maar dat vind ik niet erg.

Voorbeelden van valse macht:

  • Ik kan alles altijd veel beter dan andere kinderen.
  • Ik weet nu eenmaal meer, omdat ik hoogbegaafd ben.
  • Als ik een fout maak, dan is dat meestal omdat het een stomme vraag is.
  • Als ik iets niet kan, is dat gewoon een stom werkje, stomme les, stomme opdracht
  • De kinderen in de klas doen altijd zo stom.
  • De juffrouw maakt altijd fouten bij rekenen.
  • Mijn ouders met die stomme hoogbegaafdheid.
  • De andere kinderen willen me altijd pesten.

Primaire afweer:

  • Dat kan ik gewoon niet, dat is te moeilijk voor mij. (dus begin ik er niet aan)
  • Ik zal nooit vrienden hebben.
  • Ik ben dom, want ik begrijp de uitleg niet en ik heb altijd meer vragen dan andere kinderen.
  • Thuis en op school begrijpt niemand me: ik wou dat ik dood was.
  • Als ik ergens fouten in kan maken, dan begin ik er niet aan: ze mochten eens denken dat ik niet
hoogbegaafd ben.
  • Ik kies altijd taken en werkjes die makkelijk zijn, anders voel ik me zo stom als ik fouten maak.

(Bron: Hoogbegaafdheid Realiseren, InHolland 2014. Ontleend aan Past Reality Integration: Ingeborg Bosch)

WOWcoaching & opstellingen
Duizendguldenkruid 51, 3824 NM AMERSFOORT
06 - 16 946 704 | coach [at] marjolijnpeters.nl
Ook te volgen op Facebook

Copyright © 2007